De gemeente West Betuwe heeft naar aanleiding van vragen van onderzoekers van Werkgroep Oorlogsdoden besloten om een aantal oorlogsdoden alsnog te vermelden op het gemeentelijke oorlogsmonument in Enspijk. Het gaat om Gijsbert van Iterson, Arend de Gram, Cornelis de Bruin en Teunis Kruisen.
Arend de Gram, Cornelis de Bruin en Teunis Kruissen werden op 26 oktober 1944 gefusilleerd in Fort De Bilt. Gijsbert van Iterson overleed als gevolg van een treinbeschieting nabij station Culemborg op 31 mei 1944. De onderzoekers hebben positief gereageerd op het besluit van de gemeente, waardoor recht wordt gedaan aan deze slachtoffers.
De gemeente heeft aangegeven na te denken over een plan om hen alsnog te vermelden op of bij het monument. Daarbij neemt de gemeente ook mee dat volgens de onderzoekers sommige namen onterecht op het monument staan vermeld.
De namen van Jan Albert Formijn en Bart Berendsen zullen niet opgenomen worden op het monument. Formijn overleed tijdens de mobilisatieperiode aan de gevolgen van bloedvergiftiging en valt niet binnen de definitie van oorlogsslachtoffer zoals de gemeente die hanteert. (Lees hier meer over de broers Formijn.) Berendsen overleed als gevolg van een neergestorte V1, hij was echter woonachtig in Eck en Wiel. De gemeente benadrukt dat het oorlogsmonument is bedoeld voor slachtoffers binnen de huidige gemeente West Betuwe en niet de regio West-Betuwe.
Header: Digitale reproductie van afbeelding van de wake bij een houten kruis, vermoedelijk, tijdens de eerste herdenkingsplechtigheid voor de gefusilleerde verzetsstrijders op het Fort de Bilt te Utrecht. Fotograaf W. de Beer. (Het Utrechts Archief)
